Stichting de Noordzee

Aanscherping en naleving van veiligheidseisen voor groeiende containerschepen noodzakelijk om Noordzee te beschermen

26 juni 2020

In de nacht van 1 op 2 januari 2019 verloor containerschip MSC Zoe tijdens een noordwesterstorm 342 containers boven de Waddeneilanden. Dit leidde tot een ongekende milieuramp: ongeveer 3,2 miljoen kilo afval belandde in de Noordzee en het Waddengebied. Er is sindsdien veel afval geborgen, maar er ligt naar schatting nog maar liefst 800.000 kilo afval in zee omdat de berging in november is gestopt. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) heeft gisteren de onderzoeksresultaten over de toedracht van de ramp gepubliceerd, met aanbevelingen om het risico op dergelijke containerrampen in de toekomst te minimaliseren.

Vier factoren die mogelijk bijdroegen aan de ramp
De OVV heeft geconcludeerd dat er vier aspecten zijn die het containerverlies konden veroorzaken. Ten eerste zorgden de ruige weersomstandigheden ervoor dat extreme scheepsbewegingen konden plaatsvinden, resulterend in grote krachten op de containers en de systemen waarmee zij vastzitten. Daarnaast kan er sprake zijn geweest van contact met de zeebodem. Ook spelen klappen van golven tegen de containers mogelijk een rol, en tot slot klappen van golven tegen de zijkant van het schip. Deze vier factoren zorgen voor slinger- en schokbewegingen, en krachten op de systemen waarmee de containers vastzitten. Uit reconstructies blijkt dat deze sterke krachten de vastgestelde limieten kunnen overschrijden, en dus onveilig kunnen zijn. Wanneer deze limieten overschreden worden, kunnen containers en de systemen waarmee zij vastzitten het begeven, met een milieuramp als gevolg.

Advies van de OVV
Om het risico op containerverlies ook in extreme omstandigheden zoals bij de MSC Zoe te minimaliseren adviseert de OVV de internationale maritieme sector om het voortouw te nemen in het opstellen van veiligheidseisen en het innoveren van scheepsontwerp en containertransport. Eisen voor ontwerp, belading, stabiliteit, instrumenten en technische mogelijkheden om containerverlies te ontdekken, moeten worden herzien op het niveau van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), het hoogste beleidsorgaan in de scheepvaart. Daarnaast moeten Nederland, Duitsland en Denemarken een voorstel indienen bij de IMO om de kwetsbare Waddenzee beter te kunnen beschermen. Dit zou o.a. kunnen door de ondiepe zuidelijke route tijdens een extreme noordwesterstorm af te sluiten en grote schepen te adviseren de diepere, noordelijke route te nemen. Verder zou de Kustwacht taken, bevoegdheden en middelen moeten krijgen die nodig zijn om containerschepen onder alle omstandigheden veilig te begeleiden langs de Waddeneilanden en daardoor cruciale inschattingsfouten zoals in het geval van de MSC Zoe te voorkomen.

Onmiddellijke actie vereist
Op dit moment ligt er nog steeds 800.000 kilo afval in zee van deze milieuramp en dat moet zo snel mogelijk opgeruimd worden. Daarnaast vragen de steeds groter wordende schepen om aanvullende veiligheidsmaatregelen vanuit de internationale maritieme sector, zeker omdat uit het recent verschenen ILT-rapport over het vastzetten van containers bleek dat in twee derde van de gevallen niet eens volledig wordt voldaan aan alle huidige regels. Daarnaast roept Stichting De Noordzee op dit OVV-rapport serieus te nemen en onmiddellijk stappen te zetten die een dergelijke milieuramp kunnen voorkomen. De internationale maritieme sector moet nu haar verantwoordelijkheid nemen door verouderde eisen en regels te herzien. Wij roepen de minister van Infrastructuur & Waterstaat op om naar aanleiding van dit rapport direct een gezamenlijke strategie te bepalen met haar collega’s in Duitsland en Denemarken, om zo samen naar de IMO te stappen. Door samen te werken kunnen we de Noordzee behoeden voor nieuwe milieurampen met de steeds groter wordende schepen nabij onze kustlijn.

MSC Zoe