Behoud van MSC-keurmerk voor deel visserij niet vanzelfsprekend - Stichting De Noordzee

Stichting De Noordzee neemt daarom deel aan de stakeholderconsultatie van de Marine Stewardship Council (MSC) in het kader van de hercertificering van de demersale visserij. Op basis van rechterlijke uitspraken, handhavingsinformatie en wetenschappelijk onderzoek concluderen wij dat behoud van het MSC-keurmerk voor deze visserijvorm niet vanzelfsprekend is. Structurele illegale handelspraktijken en aanhoudende, mogelijk onomkeerbare schade aan de zeebodem staan op gespannen voet met de minimale voorwaarden voor certificering. In dit artikel lichten wij toe waarom deze knelpunten serieus moeten worden meegewogen om de waarde en geloofwaardigheid van het MSC-keurmerk te behouden. 

Bodemvisserij en MSC-certificering 

Stichting De Noordzee volgt de ontwikkelingen in de demersale visserij in de Noordzee en omliggende wateren nauwgezet, omdat deze visserijvorm, waarbij de bodem wordt verstoord, aanzienlijke invloed heeft op natuur en ecosystemen. Daarbij baseren wij ons op wat wetenschappelijk onderzoek, rechtspraak en informatie van handhavende instanties laten zien over naleving van de regels en ecologische effecten van bodemvisserij in de praktijk.  

Rechterlijke uitspraken, risicobeoordelingen van de European Fisheries Control Agency (EFCA) en wetenschappelijke studies wijzen op structurele niet-naleving van de voorwaarden voor certificering. Het gaat hierbij niet om incidentele, maar om terugkerende patronen. Binnen het MSC-kader staat één uitgangspunt centraal: structurele niet-naleving ondermijnt het vertrouwen in de effectiviteit van het keurmerk. 

Illegale handelspraktijken in Nederlandse demersale visserij juridisch vastgesteld 

In 2024 stelde de rechtbank Oost-Brabant vast dat binnen de Nederlandse demersale visserij sprake was van langdurige en georganiseerde illegale praktijken. Het ging onder meer om illegale landingen en handel in ondermaatse en gereguleerde soorten, met name tong. De rechtbank concludeerde dat structureel is gehandeld in strijd met de aanlandplicht, traceerbaarheidsverplichtingen en de regels voor logboeken en verkoopnota’s. Deze praktijken vonden plaats bij meerdere schepen en bedrijven en over een langere periode. 

Dit beeld wordt bevestigd door bevindingen van andere toezichthoudende instanties, zoals de European Fisheries Control Agency (EFCA). Daarnaast wijst ook  de NVWA-IOD (de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, die toezicht houdt op naleving van wetgeving in de gehele visserijketen en opspoort bij vermoedens van fraude) op structurele problemen. Zij beschrijven een gesloten sectorcultuur, voorspelbare inspecties en terugkerende ketenfraude. In de periode 2017-2020 werden 66 fraudegevallen vastgesteld, variërend van illegale vangst en handel tot vermenging en manipulatie van visproducten. Hiervan vallen 19 gevallen onder ‘illegale vangst en handel van zoutwatervis’, waarbij tong regelmatig wordt genoemd.  Deze bevindingen wijzen op structurele patronen en niet op uitzonderingen. 

Habitatimpact 

Een tweede minimumeis voor certificering is dat ernstige of onomkeerbare schade aan structuur en functie van veelvoorkomende habitats onwaarschijnlijk moet zijn. Ons aandachtspunt hierbij is dat de minimumeis niet gaat over theoretisch herstel in afwezigheid van verstoring, maar over de werkelijke situatie onder herhaalde en aanhoudende visserijdruk. In grote delen van de Noordzee is bodemverstoring chronisch en keert deze jaarlijks of zelfs vaker terug. Onder zulke omstandigheden krijgen habitats in de praktijk geen tijd om te herstellen. 

Analyses van ICES, de internationale organisatie die wetenschappelijk advies geeft over de toestand van visbestanden en mariene ecosystemen, laat zien dat een aanzienlijk deel van de Noordzeebodem, met name in intensief beviste gebieden, onder de drempel voor een goede habitatconditie blijft. Met andere woorden: de structuur en kwaliteit van de bodem blijven achter bij wat ecologisch nodig is. 

Daarnaast toont onderzoek aan dat bodemverstorende visserij de grootste drukfactor vormt voor het bodemleven in de Noordzee. Het overgrote deel van de zeebodem wordt regelmatig getrawld, waardoor slechts een klein deel onverstoord blijft. Hierdoor ontstaat geen gelijkmatig mozaïek van verstoring en herstel, maar een sterk scheef verdeeld patroon waarbij herstelgebieden schaars zijn. 

Statistieken onderschatten niet-naleving 

Onderzoek laat zien dat inspectiestatistieken niet-naleving vaak onderschatten en daarom onvoldoende zijn om alleen daarop te vertrouwen voor een goed beeld van naleving of datakwaliteit. Inspecties geven meestal slechts een momentopname en kunnen niet alle activiteiten of overtredingen aan het licht brengen. Daarom is een zorgvuldige beoordeling alleen mogelijk wanneer informatie uit meerdere, onafhankelijke bronnen wordt gecombineerd — zoals rechterlijke uitspraken, handhavingsgegevens en risicobeoordelingen. 

Het is daarbij belangrijk om te benadrukken dat de afwezigheid van vastgestelde overtredingen geen bewijs is dat alle regels worden nageleefd. Ver weg op zee, met beperkte toezichtcapaciteit en voorspelbare inspectiemomenten, kunnen overtredingen eenvoudig onopgemerkt blijven. 

Robuuste beoordeling vraagt om volledig beeld van praktijk 

Binnen het MSC-kader draait de beoordeling niet om perfecte naleving, maar om vertrouwen, risicogebaseerde zekerheid en de effectiviteit van monitoring, controle en handhaving. Wanneer structurele niet-naleving is vastgesteld, komt die basis van vertrouwen onder druk te staan, ook als formele regels en systemen aanwezig zijn. 

Stichting De Noordzee brengt deze feiten in om bij te dragen aan verdere verbetering van het MSC-keurmerk. We ondersteunen het streven naar structurele verduurzaming van de visserijsector en benadrukken dat een robuuste beoordeling vraagt om een breed gedragen en volledig beeld van de praktijk. 

 

Bronnen: 

  • Uitspraken rechtbank Oost-Brabant, hier en hier.
  • NVWA-IOD. (2022). Fraudebeeld visserijketen: Periode 2017–2020. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. 
  • Hønneland, G. (2025). What do we know about compliance in fisheries? Self-published 
  • European Fisheries Control Agency (EFCA) Annual report 2023 
  • ICES. 2025. Working Group on Fisheries Benthic Impact and Trade-offs (WGFBIT; outputs from 2024 meeting). ICES Scientific Reports. 7:18. 90 pp. https://doi.org/10.17895/ices.pub.28351412