Vispluis kreeg de laatste tijd veel aandacht in de media. Eind april werd er in Zierikzee een kunstwerk van vispluis onthuld. En op 19 februari was het zelfs het woord van de dag in Trouw. We publiceerden toen ons rapport waaruit o.a. blijkt dat de hoeveelheid aangespoeld vispluis op de Nederlandse Noordzeestranden significant afneemt. Visserijorganisatie VisNed vertelde die dag in het NOS Achtuurjournaal over plastic vispluis en een afbreekbaar alternatief dat in ontwikkeling is. In 2020 werd een uitgebreide test met één van de veelbelovende alternatieven genaamd ‘biopluis’ uitgevoerd. Inmiddels is de test afgerond en daarmee het VispluisVrij-project afgesloten. Wat zijn de volgende stappen?

Wat is vispluis?

Vispluis is de naam die gegeven wordt aan de fel oranje of blauwe plastic draadjes die onder visnetten voor de bodemvisserij (op onder meer schol, tong en garnaal) hangen. Het materiaal werkt als een soort buffer tussen de bodem en het visnet, waarmee het net wordt beschermd tegen slijtage. Jaarlijks wordt er in Nederland naar schatting 100-200 ton vispluis aan netten bevestigd. Er wordt geschat dat de helft van het gebruikte vispluis tijdens activiteiten op zee wordt verloren: 25 procent door slijtage en 25 procent tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de netten. Dit zou neerkomen op maximaal een jaarlijks verlies van 50-100 ton verloren vispluis (Tauw, 2018). Het pluisgebruik is niet enkel een Nederlandse aangelegenheid – in een aantal andere Noordzeelanden wordt ook gebruik gemaakt van pluis om de netten te beschermen.

Wat is het VisPluisVrij-project?

In 2013 is in Nederland het VisPluisVrij-project gestart waarin de visserij, natuur- en milieuorganisaties, de overheid, wetenschap en materiaalontwerpers de handen ineengeslagen hebben om op zoek te gaan naar oplossingen voor de aanpak van de vervuiling door vispluis. Die zoektocht was uitdagend, want regulier pluis heeft nu eenmaal veel voordelen: het is goedkoop, biedt goede bescherming van het net en is relatief slijtvast. De afgelopen jaren zijn veel verschillende materialen op zee in de praktijk getest: van natuurlijke vezels tot nieuwe ontwerpen voor netbescherming. Uiteindelijk zijn er aantal kansrijke alternatieven naar voren gekomen. Wageningen University Research publiceerde onlangs de eindrapportage van het VispluisVrij-project.

Kansrijke alternatieven

Eén van deze kansrijke alternatieven is het zogenaamde ‘biopluis’, gemaakt van in zeewater biologisch afbreekbaar materiaal. Het biopluis is ontwikkeld door Senbis Polymer Innovations BV. Dit Nederlandse bedrijf is gespecialiseerd in de ontwikkeling van zogenaamde biopolymeren, ook wel bioplastics genoemd. Senbis maakt producten zoals bijvoorbeeld in zee afbreekbare mosselsokken, die gebruikt worden bij het kweken van mosselen.

Positieve testresultaten met biopluis

Het biopluis is in 2020 getest op vijf vissersschepen in de maanden januari t/m mei. De test is gefinancierd door Rijkswaterstaat en gecoördineerd door VisNed. De deelnemende schepen beoefenen drie verschillende soorten visserij (pulsvisserij, eurokotter op platvis en garnalenvisserij) die op verschillende visgronden en onder verschillende omstandigheden vissen, zodat er een breed inzicht ontstaat in werking, slijtage, afbraak en gebruik van het pluis. Tijdens de test is gekeken naar de bevestiging, slijtage, gebruiksgemak en biologische afbraak. Het biopluis is voor een periode van ten minste 12 weken getest.

Uit de test is gebleken dat het biopluis voldoet aan het primaire doel: de bescherming van het visnet. Tevens lijkt het biopluis langer mee te gaan dan conventioneel pluis, en lijkt het slijtvaster.

De uitdagingen

Zoals vaak bij innovatietrajecten zijn er nog een aantal uitdagingen. Er wordt gewerkt aan verdere verbeteringen zoals de manier van vastknopen van biopluis aan het visnet zodat deze goed blijft zitten.

Ook bleek uit de test dat de goede verdeling van biopluis van belang is om te snelle slijtage aan de knoop en daarmee verlies van gehele strengen te voorkomen. Daarnaast vraagt de opslag van biopluis aan boord om speciale zorg om te voorkomen dat het materiaal onder invloed van bacteriën en warmte voortijdig begint af te breken. Omdat er in de winter is getest zijn er nog vragen hoe het materiaal zich houdt met hogere temperaturen.

Een van de grootste uitdagingen is de prijs van het biopluis. Deze ligt, net als andere alternatieven zoals yakleer, significant hoger dan regulier vispluis. De inzet van biopluis betekent dus hogere bedrijfskosten.

De nieuwste testresultaten zijn opgenomen in het eindrapportage van het VisPluisVrij-project. Hiermee werd deze zoektocht naar alternatieven voor regulier pluis afgerond.

Afbreekbaarheid van biopluis

Hoe zit het nu met de afbreekbaarheid van biopluis in zee? Hoe snel breekt het af? Gerard Nijhoving, algemeen directeur van Senbis, licht toe:

“Als we spreken over biologische afbraak dan wordt dit feitelijk gedaan door bacteriën en/of schimmels. Deze moeten dan natuurlijk wel aanwezig zijn om het materiaal af te kunnen breken. Dat kan verschillen per locatie. Ook de temperatuur heeft invloed op microbiologische activiteit en dus op de snelheid van afbraak. Wij kunnen met zekerheid zeggen dat ons biopluis in zee afbreekbaar is en dat gaan we ook onafhankelijk laten certificeren volgens de norm ISO 14851.”

Gerard Nijhoving, algemeen directeur van Senbis

De ISO-norm is ontwikkeld om de potentiële biologische afbreekbaarheid van o.a. bepaalde biopolymeren in het milieu te bepalen.

Uitfasering van regulier vispluis in 2027

Er zijn diverse beleidsontwikkelingen die relevant zijn. Dit jaar wordt de Europese Richtlijn voor wegwerpplastic (SUPD) ingevoerd in Nederland. Onderdeel hiervan is de invoering van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor plastic-houdend vistuig die uiterlijk 31 december 2024 wordt ingevoerd. De invulling hiervan wordt nog verder uitgewerkt in een zogenaamde ministeriële regeling.

In het Ontwerp Programma Noordzee 2022-2027, het overkoepelend overheidsbeleid voor ruimtelijk gebruik van de Noordzee, wordt de uitfasering van regulier pluis benoemd in het programma van maatregelen van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Er staat: “Het streven is om de inzet van alternatieve oplossingen te stimuleren en het gebruik van conventioneel pluis geleidelijk uit te faseren tot het jaar 2027”. In de programmaperiode (die duurt van 2022 tot 2027) wordt ingezet op het financieel aantrekkelijker maken van milieuvriendelijke alternatieven van vispluis en het vergroten van de bekendheid en bewustwording van milieuvriendelijke alternatieven.

Het einde van vispluisvervuiling in zicht? Stichting De Noordzee pleit voor een routekaart voor volledige uitfasering in 2027

Stichting De Noordzee is blij met de stappen die genomen worden. Hiermee wordt inzet van alternatieven financieel aantrekkelijk en kan er geleidelijk worden toegewerkt naar de uitfasering. Daarmee worden er belangrijke stappen gezet voor een schone en gezonde Noordzee. Het is van belang dat er een heldere routekaart komt voor de uitfasering in 2027 waarin tussentijdse doelen zijn opgenomen. Denk hierbij aan het tussentijdse doel dat in 2025 tenminste de helft van visserijschepen die traditioneel pluis gebruiken zijn overgestapt op alternatieven. Hiervoor is een inventarisatie nodig van huidig gebruik en verlies van vispluis in de Nederlandse visserij als startpunt van de route naar uitfasering. Voor het stimuleren van alternatieven is van belang dat deze routekaart met concrete en heldere doelen in het Programma Noordzee wordt opgenomen.

Bekijken_van_de_materialen_aan_boord_01_c_WJ_Strietman_header

Lees ook dit

Uitgebreide test van alternatief voor vispluis

In 2013 is het VisPluisVrij-project gestart waarin de visserij, natuur- en milieuorganisaties, de overheid, wetenschap en materiaalontwerpers de…

Marijke

Marijke Boonstra

Projectleider Schone Zee

Geboren in Den Helder als dochter van een marineofficier, heeft de zee altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. De zee zit …
Profiel-pagina