Een wereldwijde crisis, verborgen onder de golven
Duizenden schepen die dagelijks over onze zeeën varen zijn uitgerust met zogenoemde scrubbers. Deze machines wassen de uitlaatgassen van schepen, maar het vervuilde waswater dat daarbij overblijft, wordt in de meeste gevallen direct geloosd in zee.
Dat water bevat onder meer zwavel, zware metalen, kankerverwekkende PAK’s en zuren die de waterkwaliteit aantasten. Dit verzuurt de zeeën en verslechtert de waterkwaliteit ernstig.
“De wetenschappelijke onderzoeksresultaten liegen er niet om,” zegt Maarten. “Scrubberwater is extreem schadelijk voor het zeeleven. Er is maar één optie: we moeten stoppen met deze lozingen.”
Volgens schattingen wordt jaarlijks 490 miljard liter scrubberwater geloosd in de Noordzee. Dat is bijna net zoveel als het totale gewicht van alle lading die schepen jaarlijks vervoeren. En in een drukbevaren, relatief ondiepe zee als de Noordzee hopen die stoffen zich op, tasten de waterkwaliteit aan en brengen schade toe aan het leven onder water.
Waarom Stichting De Noordzee aan tafel moet zitten
Tijdens de IMO-vergadering kwamen landen van over de hele wereld samen om te praten over maatregelen die het mariene milieu beschermen tegen scheepvaartactiviteiten. Als lid van de Clean Shipping Coalition (CSC) praat Stichting de Noordzee mee op dit wereldtoneel.
“Het is belangrijk om als Nederlandse natuurorganisatie in zo’n internationale onderhandelingsruimte te zitten,” vertelt Maarten. “Tussen alle landen en industriepartijen zijn wij er om de stem van de natuur te laten horen. Dat voelt als een verantwoordelijkheid en een noodzaak.”
Het is belangrijk om bij deze vergadering aanwezig te zijn zodat we ontwikkelingen kunnen volgen, bijdragen kunnen leveren aan de discussies en kunnen netwerken met beleidsbepalers van over de hele wereld. Hoe meer landen de noodzaak inzien van maatregelen tegen scrubberwater, hoe groter het algemene draagvlak wordt. Dat heeft een positief effect op eventuele maatregelen voor de Noordzee.
Onze boodschap is helder: stop met scrubberlozingen wereldwijd. En tot die tijd: neem onmiddellijk regionale maatregelen.
Alternatieven voor scrubbers
Alternatieven voor het gebruik van scrubbers zijn al lang en breed beschikbaar. Schepen kunnen op de korte termijn gewoon overschakelen op alternatieve brandstoffen, zoals diesel. Daar zijn geen technische aanpassingen op het schip voor nodig. Op de lange termijn moet de scheepvaartsector overstappen op duurzame brandstoffen, eventueel ondersteund door windvoortstuwing.
Het kan wél
Waar sommige landen blijven vasthouden aan economische belangen, zijn anderen al in beweging gekomen. Denemarken, Zweden en Finland hebben de wetenschappelijke inzichten serieus genomen en al een verbod ingesteld op scrubberlozingen in hun territoriale wateren.
“Deze landen laten zien dat het gewoon kan,” zegt Maarten. “Ze nemen de wetenschap serieus en handelen daarnaar.”
Ook de Europese Unie toont ambitie. Daardoor groeit de druk op landen zoals Nederland om mee te bewegen. Ons land volgt de ontwikkelingen binnen OSPAR, het samenwerkingsverband van Noordoost-Atlantische kuststaten. Daar ligt in 2027 mogelijk een regionaal verbod op tafel: een enorme kans om de Noordzee in één klap beter te beschermen.
Niet iedereen wil vooruit
Helaas is er tijdens deze IMO-vergadering geen doorbraak bereikt. Waarom niet? Omdat de tegenstand groot is.
Olieproducerende landen en industriële belangenorganisaties willen vasthouden aan de huidige situatie. Zodra scrubbers worden verboden valt de inkomstenbron uit scrubbersystemen weg, moeten schepen overschakelen van goedkope zware stookolie naar duurdere, schonere brandstoffen en verliezen sommige sectoren financieel voordeel.
“Voor veel partijen weegt het financiële aspect nog steeds zwaarder dan de gezondheid van zeeën en oceanen,” zegt Maarten. “Dat zit vooruitgang echt in de weg.”
Hoewel er geen formele beslissing is genomen, was Maarten’s aanwezigheid van cruciaal belang.
Tijdens de vergadering leverde hij namens CSC een bijdrage in de plenaire discussie, sprak hij delegaties van over de hele wereld aan, drong hij aan op regionale maatregelen als mondiale afspraken stokken en legde hij de nadruk op de overweldigende wetenschappelijke bewijzen.
Daarnaast nam hij waardevolle inzichten mee naar huis: welke landen vooruit willen, waar blokkades zitten en waar kansen ontstaan om wél beweging te krijgen.
“Dat motiveert en hier kunnen we op voortbouwen.”
De weg vooruit: versnellen op regionaal niveau
Maarten is optimistisch én realistisch tegelijk: “We weten dat mondiale afspraken lang duren. Daarom zetten we nu vol in op regionale stappen: binnen Europa, binnen OSPAR en hopelijk ook binnen Nederland. Daar kunnen we op korte termijn wél het verschil maken.”
Stichting De Noordzee blijft zich inzetten om scrubberlozingen te verbieden. Want één ding is duidelijk: de Noordzee heeft geen tijd te verliezen.
