De nieuwe Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) bepaalt dat onderwatergeluid op een niveau is waarbij het mariene milieu geen schade toegebracht wordt. Maar hoe bepaal je wat schadelijk is en wat niet? Stichting De Noordzee heeft daarom afgelopen week bij OSPAR een voorstel gedaan om indicatoren te ontwikkelen voor onderwatergeluid.
De laatste jaren wordt het steeds drukker op zee: schepen, heimachines, windmolens, boorinstallaties en zandwinning produceren een kakofonie aan (harde) geluiden. Een kakofonie die boven water vrijwel onhoorbaar is, maar onder water des te meer. En soms is dat geluid zelfs zo hard dat zeezoogdieren zoals bruinvissen en zeehonden ernstige gehoorschade kunnen oplopen. (zie ook ons nieuwsitem op 27-10-2008).
Onlangs heeft de Europese Unie de Kaderrichtlijn Europese Mariene Strategie (KRM) aangenomen. Deze richtlijn heeft als doel het Europese zeemilieu te beschermen en te verbeteren. Vanuit de KRM zullen er op allerlei gebieden maatregelen genomen gaan worden. Eén van deze gebieden is onderwatergeluid. Er zullen maatregelen genomen moeten worden om schadelijk onderwatergeluid te beperken.
Om de KRM praktisch te in te vullen gebruikt de Nederlandse overheid de kennis en voorstellen uit de internationale zeeconventie OSPAR, waaronder die voor onderwater geluid. Daarom hebben wij vorige week via onze Europese koepelorganisatie Seas at Risk bij OSPAR een voorstel gedaan voor het bepalen van indicatoren voor onderwatergeluid. Dit voorstel is op basis van een onderzoek door student Kees van der Vlugt.
OSPAR heeft positief gereageerd op onze voorstellen voor indicatoren en wil deze graag gebruiken als basis voor de bepaling van grenswaarden voor onderwatergeluid.