Stichting de Noordzee

Hoe we onderzoek doen naar afval op de rivieroevers

26 maart 2020

Via rivieren stroomt er afval naar de Noordzee. Voor een succesvolle aanpak van dit rivierafval is kennis nodig. In 2017 startten we daarom samen met IVN Natuureducatie en de Plastic Soup Foundation het project Schone Rivieren. Onderdeel van Schone Rivieren is een grootschalig rivierafvalonderzoek naar de hoeveelheid, samenstelling en herkomst van afval dat langs de Maas en de Waal aanspoelt. Inmiddels verzamelen meer dan 600 vrijwillige ‘burgerwetenschappers’ gegevens over rivierafval voor dit onderzoek. Door langdurig onderzoek te doen en betrouwbare wetenschappelijke data over rivieroeverafval te verzamelen, worden hoeveelheden, typen, hotspots, trends, bronnen en verspreiding van rivieroeverafval in de Nederlandse delta inzichtelijk, zodat het probleem bij de bron kan worden aangepakt. Zodat we dit afval uiteindelijk niet meer hoeven op te ruimen omdat we kunnen voorkomen dat het überhaupt in de natuur terechtkomt.

Leren van strandafvalonderzoek
Stichting De Noordzee heeft meer dan vijftien jaar ervaring met soortgelijk onderzoek langs de Noordzeekust, dus we konden de aanpak van ons strandafvalonderzoek vertalen naar de situatie langs de rivieren. We werken met de methode van OSPAR: meer dan elf Europese landen hanteren deze aanpak om aangespoeld en achtergelaten strandafval te tellen en analyseren. Zo wordt er waardevolle informatie verzameld over de hoeveelheid, samenstelling en herkomst van strand-, en nu ook rivierafval. Naast de metingen die de vrijwilligers uitvoeren, voeren we zelf ook professionele referentiemetingen uit.

Hoe werkt een rivierafvalmeting?
Tijdens een meting wordt al het afval op 100 meter rivieroever, vanaf de waterrand tot aan de eerste hoogwaterlijn, opgeruimd en geturfd. De metingen worden uitgevoerd in het voor- en in het najaar. De meetlocaties zijn bepaald op basis van de volgende voorwaarden:

  • De mogelijkheid voor het uitvoeren van de OSPAR-methode; aanwezigheid van een oever die bij hoogwater kan onderlopen;
  • Goede toegankelijkheid van het gebied; geen verboden terrein, hekken et cetera;
  • Goede verspreiding langs de lengte van de rivieren en de oeverkant;
  • Goede verspreiding van locaties in stedelijke/industrie- en natuurgebieden.

Data-analyse
De verzamelde gegevens worden in een online database ingevoerd en vervolgens geanalyseerd door Winnie de Winter, Onderzoeker Schone Zee bij Stichting De Noordzee. Met de resultaten van het rivierafvalonderzoek kunnen we het landelijke bewustzijn over rivierafval en de aanpak bij de bron vergroten. Dit draagt bij aan het uiteindelijke doel van het project Schone Rivieren: plasticvrije rivieren in 2030. De aanpak van Schone Rivieren wordt daarmee een voorbeeld voor andere deltagebieden in de wereld.

Nederlandse rivieroevers: 496 stuks afval per 100 meter, 81% plastic
De belangrijkste conclusies uit het onderzoek dat tot nu toe (2017-2019) gedaan is:

  • Er zijn 152.800 stuks afval geturfd: gemiddeld 496 stuks afval per 100 meter rivieroever;
  • 81 procent van het rivierafval bestaat uit plastic;
  • Ondefinieerbare stukjes plastic zijn het meest gevonden;
  • 25 procent van het gevonden afval is wegwerpplastic;
  • Bij 43 procent van de metingen zijn nurdles, ofwel plastic korrels aangetroffen;
  • Op 19 meetlocaties zijn meer dan 1200 stuks afval per 100 meter aangetroffen;
  • De belangrijkste bronnen van rivierafval zijn de industrie (waaronder plastic-, bouw-, transportsectoren (in het bijzonder binnenvaart)), zandwinning en verondieping en recreatie (bewust of onbewust achtergelaten afval, vaak wegwerpplastic).

Lees hier de hele rapportage die in december is gepubliceerd.

rivieren.JPEG