Uit cijfers van ICES blijkt dat tong, schol en garnalen (belangrijke soorten in de kottervisserij) decennialang zijn overbevist. Voor tong en schol lag de visserijdruk zo’n vijftig jaar boven het duurzame niveau.
Die overbevissing leidde tot afnemende visbestanden en sterk dalend vangstsucces: sinds de jaren vijftig is de vangst per ingezette inspanning met circa 75% gedaald. Vissers reageerden hierop met meer inzet en zwaardere schepen, wat de neerwaartse spiraal versterkte en juist tot nog minder vangst leidde.
Vollaard concludeert dat beleid overbevissing onvoldoende heeft voorkomen; ingrijpen kwam laat en vooral nadat de natuur zelf grenzen stelde. Hij waarschuwt dat het risico zich nu herhaalt bij nieuwe visserijen zonder vangstbeperkingen, zoals de flyshootvisserij op inktvis en mul, waar vangsten opnieuw boven duurzame niveaus liggen en het vangstsucces al daalt.
Volgens projectleider Duurzame Visserij Merel den Held laat het onderzoek zien dat “het niet de overheid is die de koers van de visserij heeft bijgestuurd — het was de natuur zelf die simpelweg niet meer kon geven. Zolang prikkels voor overbevissing blijven bestaan, herhalen we dezelfde fout. Door nu wél te kiezen voor ecosysteem gebaseerd visserijbeheer, het verminderen van visserijdruk en het beschermen van belangrijke habitats, kunnen we een gezonde Noordzee herstellen en toekomstige overbevissing voorkomen”.
De publicatie van Ben Vollaard is een vervolg op zijn eerdere publicatie in ESB over subsidies voor de kottervisserij. Lees dat artikel hier.