Al meer dan 15 jaar wordt er in de milieDead slowucommissie van de Verenigde Naties tak voor de scheepvaart (IMO MEPC) overlegd over maatregelen ter beperking van CO2. Begin april was er weer een vergadering, waar SDN uiteraard namens de zee haar stem heeft laten horen. Helaas blijven daadwerkelijke beperkingen van CO2 uitstoot nog altijd uit. In oude scheepvaarttaal heet zo’n tempo ‘Dead Slow’. Op het terrein van NOx uitstoot was zelfs sprake van achteruitgang. Naast deze teleurstellende uitkomst konden we op andere terreinen gelukkig wel wat vooruitgang boeken.
Miniem stapje vooruit in CO2 beleid scheepvaart
Een begin is gemaakt met het meten van broeikasgas emissies van schepen. Er zijn afspraken gemaakt over monitoren, rapporteren en verifiëren (MRV) van de emissies en er zal een wereldwijde database worden opgezet voor de CO2 performance van schepen. Dit is bereikt dankzij druk van de Europese Commissie en ondanks de tegenwerking van landen als India en China. Een belangrijke vervolgstap is het treffen van marktgerichte maatregelen om te voorkomen dat de scheepvaart CO2 emissies de komende jaren zullen verdrievoudigen. Dat is momenteel namelijk de prognose als geen verdere maatregelen worden genomen.
Begin aanpak van onderwatergeluid van schepen
Op het gebied van onderwatergeluid is ook een stap voorwaarts gezet. Het geluid van luchtbellen achter de scheepsschroef, ‘Cavitation Noise’, is veruit de belangrijkste bron van underwater noise, dat vooral hinder oplevert voor zeezoogdieren. De MEPC stelde richtlijnen voor geluidsbeperkende maatregelen bij de bouw van scheepsschroeven, maar ook voor de scheepshuid en motoren en generatoren. Daarmee is schone en duurzame scheepvaart weer een stukje dichterbij gekomen. Stichting De Noordzee heeft volop meegedacht over deze richtlijnen in een voorbereidende correspondentiegroep en we zullen de underwater noise guidelines zeker ook binnen de Clean Shipping Index gaan gebruiken.
Verbod op olielozingen in het Arctisch gebied
Een kleine doorbraak werd bereikt door de vaststelling van een totaallozingsverbod voor olieafval voor het Noordpoolgebied. Door smeltende ijskappen neemt het scheepvaartverkeer toe in de Northern Sea Route (NSR); een veel kortere zeeroute dan de bestaande scheepvaartroutes via het Suez Kanaal en Kaap De Goede Hoop. De ‘Polar Code’ van de IMO moet regels gaan stellen aan dit scheepvaartverkeer. De koude wateren van de Arctische gebieden zijn namelijk zeer kwetsbaar voor olielozingen. Dat er nu een nullozingsregime gaat gelden op zowel de Zuid- als Noordpool is bijzonder te noemen. Al meer dan veertig jaar wordt er in de IMO namelijk gepraat over een totaalverbod op het lozen van olie. Oliewatermengsels met minder dan 15 ppm olie (15 deeltjes olie per miljoen deeltjes water) mogen op andere wereldzeeën dan the Arctic nog wel geloosd worden. Een constructie die heel moeilijk te handhaven is. Het nullozingsregime in de Polar Code biedt perspectief voor vergelijkbare maatregelen in andere zeegebieden: Stichting De Noordzee en de Clean Shipping Coalition zullen zich hier zeker hard voor maken.
Heel veel zaken worden in de Polar Code nog niet geadresseerd, zoals het voorkomen van olierampen en de uitstoot van Black Carbon (zwarte roetdeeltjes die het smelten van de poolijskappen en het broeikaseffect versnellen). De inbreng van milieuorganisaties is hier nog hard nodig.