Door de hoge olieprijs en steeds afnemende quota voor de Noordzee hebben de vissers op Urk het steeds moeilijker.
Als je met de rug tegen de muur staat, zoals de vissers nu met de brandstofprijzen, dan doe je soms rare dingen om een uitweg te vinden.
De Visserijcoöperatie Urk wil een deel van de vloot in Libische wateren laten vissen omdat de diesel daar veel goedkoper is. De vissersfamilies zouden dan die kant op moeten verhuizen, maar in Libië wonen zien ze niet zo zitten. Maar vanuit Malta ben je zo met je schip in Libië. De minister van werkgelegenheid van Malta is deze week op Urk.
De visserijcoöperatie heeft een deal gesloten met een groot visbedrijf van de zoon van Gadaffi, Seif-al-Islam.
Erg “prettig” voor de Urker vissers is dat de Libische visserijwetgeving niet zoveel regeltjes kent als de Europese, dus je kunt ongestoord de nu al overbeviste Middellandse zee verder leeghalen. De milieuwetgeving is zeer zwak. Libië heeft ook geen boodschap aan internationale afspraken over zoals het MARPOL verdrag over vervuiling, het biodiversiteitsverdrag…
In Libie is de visserij nooit erg belangrijk geweest. Er wordt immers genoeg geld verdiend met de olie. Er zijn honderden kleinschalige vissertjes die vooral met lijnen en staande netjes vissen. Daarom zijn er nog uitgestrekte onaangetaste gebieden met zeegrasvelden en riffen. Het Libische zee- en kustgebied is beschreven als een van de 10 laatste paradijzen van de Middellandse zee. Het herbergt onder meer belangrijke broedplaatsen voor loggerhead schildpadden.
Maar dat zeggen de Urker initiatiefnemers er niet bij. Ik weet niet of er wel iemand zo blij moet zijn met dit initiatief. Exporteren van je eigen problemen is nooit een oplossing, en zeker niet als je ze exporteert naar een land waar duurzame visserij niet op de agenda staat. Misschien wel in theorie, want de zoon van Gadaffi is goed in rethoriek.
In werkelijkheid heeft hij een dubieuze reputatie op het gebied van visserijbeheer. Deze Seif-al-Islam heeft zelf onder andere een tonijnmesterij aan de Noord-Oostkust van Libie. De tonijnkweek is een van de meest kwalijke ontwikkelingen in de Middellandse Zee omdat het een grote aanslag op de tonijnstand betekend. Voor de kwekerijen wordt jonge blauwvintonijn gevangen in de Libische wateren. Niet alleen door Libische schepen, maar vooral door schepen onder een andere (EU) vlag. Er wordt niet gecontroleerd en op allerlei mogelijke illegale manieren gevist. Het blauwvintonijnquotum is met een factor 5 (!!) overschreden, terwijl de blauwvintonijn ernstig is bedreigd. Daarnaast heeft hij eenzijdig een stuk territoriale zee geclaimd, terwijl het traditioneel visgebied van Malta is.
En met deze man willen ze op Urk in zee gaan…