Door een toename van broeikasgassen zoals CO2 en methaan houdt de atmosfeer meer zonnestraling vast, waardoor het klimaat verandert en de temperatuur op aarde langzaam stijgt. Deze veranderingen hebben verregaande gevolgen voor het leven op aarde, waarvan we nog lang niet compleet op de hoogte zijn.

Gevolgen voor de Noordzee

De gevolgen voor de Noordzee zijn hier onderverdeeld in gevolgen voor abiotische (niet-levende) aspecten zoals de temperatuur, zuurgraad en wind, en biotische (levende) aspecten zoals de biomassa van soorten, voedselproductie en interacties tussen soorten. Abiotische en biotische aspecten zijn afhankelijk van elkaar – veranderingen in de temperatuur zullen gevolgen hebben voor de soorten die er voorkomen.

Abiotische veranderingen

Ten eerste zal de temperatuur van het Noordzeewater stijgen. Recent is aangetoond dat de Noordzee zelfs sneller opwarmt dan de grote oceanen: de temperatuur van het Noordzeewater steeg de afgelopen 45 jaar met 1.67 graden Celsius, tegenover gemiddeld 0.74 graden in de oceanen. Mede als gevolg van deze opwarming, en in combinatie met het smelten van het poolijs zal de zeespiegel stijgen. Wereldwijd wordt geschat dat de zeespiegel gemiddeld mogelijk met 0.18 tot 0.59 m gestegen zal zijn in 2100. Dit is echter niet overal gelijk verdeeld – in de Noordzee is de verwachting dat het zeewater met 0.35 – 0.85 m zal stijgen.

Dit heeft grote gevolgen voor ons land – 26% van Nederland ligt nu al lager dan de zeespiegel, en 59% is kwetsbaar voor overstromingen van zee of rivieren. Dit betekent dat er de komende jaren hard zal moeten worden gewerkt aan om de kustveiligheid te waarborgen. Dit kan door versterking van bestaande dijken, maar ook door ‘zachtere’ oplossingen toe te passen zoals zandsuppleties en overstromingsgebieden. (Wil jij weten of jouw huis in een overstromingsgevoelig gebied staat? Kijk op http://www.overstroomik.nl/)

facebook

Een ander gevolg van het verhoogde CO2 gehalte in de atmosfeer, naast opwarming, is een verhoogd CO2 gehalte in het water. Zeewater, en zeker de Noordzee, neemt namelijk CO2 op, en dient hiermee als buffer voor de toename van CO2. CO2 reageert onder bepaalde omstandigheden echter met water tot een zuur. Dit heeft als gevolg dat het zeewater zuurder wordt. De Noordzee is volgens modellen gemiddeld zo’n 17% zuurder geworden tussen 1970 en 2006.

De verwachtingen over windsnelheden en stormfrequenties als gevolg van klimaatverandering zijn verdeeld. Sommige modellen suggereren dat de extremen (stormen e.d.) zullen toenemen in de komende eeuw. Andere modellen suggereren echter weinig veranderingen in stormpatronen als gevolg van klimaatverandering op de Noordzee de komende tijd.

Een ander abiotisch aspect waar klimaatverandering mogelijk een effect op heeft is de Noord-Atlantische golfstroom. Warm water wordt van de evenaar naar de polen getransporteerd. Daar koelt dit zuurstofrijke water af en zinkt het, waarna dit het weer terugstroomt richting de evenaar. Dit resulteert in een wereldwijde circulatie, welke de temperatuur op aarde reguleert (zonder de Noord-Atlantische golfstroom zouden we in Europa bijna een poolklimaat hebben), en ook zorgt voor zuurstof toevoer naar diepere wateren. Klimaatverandering heeft via verdamping, neerslag en het smelten van de polen een vertragend effect op deze circulatie, wat grote gevolgen kan hebben voor het klimaat in de Noordzee en Europa.

facebook-shared-image

Biotische veranderingen

Bovenstaande verandering hebben op hun beurt weer gevolgen voor het leven in zee. Plankton (kleine, in het water zwevende beestjes of algen) is de basis van het voedselweb, en zeer gevoelig voor temperatuurveranderingen. Afhankelijk van de regio en planktonsoort, zorgt een toename in temperatuur voor een toe- dan wel afname in plankton. Ook kan de soortsamenstelling veranderen, en de timing van planktonbloei (die seizoensgebonden is). Uit onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat de bloei van schadelijke algen mogelijk toe kan nemen als gevolg van klimaatverandering en dat de soortsamenstelling van plankton veranderd in zuurder water. Omdat plankton de basis is van het voedselweb op zee (figuur 2), hebben veranderingen in aanwezigheid, timing en soortensamenstelling van plankton mogelijk grote gevolgen voor de soorten hoger in de voedselketen, zoals vissen, bodemdieren, en zeezoogdieren.

Het zuurder worden van de Noordzee kan gevolgen hebben voor soorten met een kalkskelet, zoals schelpdieren en bepaalde soorten plankton. Deze kunnen dit skelet minder goed opbouwen doordat zuur kalk oplost. De verwachting is dat dergelijke soorten het in verhouding minder goed gaan doen dan soorten die niet zo’n kalkskelet hebben. Bodemdieren ondervinden op meerdere manieren effecten van klimaatverandering. Ten eerste zijn veel soorten voor hun voedsel afhankelijk van plankton, waardoor ze indirect gevolgen ervaren van veranderingen in planktonaanwezigheid of -timing.

Daarnaast is de voortplanting van veel bodemdieren afhankelijk van de temperatuur van het water. Dit geldt ook voor vissen; de voortplanting van bijvoorbeeld kabeljauw en makreel is sterk verbonden aan de variabiliteit in de zeewatertemperatuur. Veranderingen in temperatuur als gevolg van klimaatveranderingen worden dan ook geacht een effect te hebben op de verspreiding van deze en andere vissoorten. Het is al aangetoond dat voor bepaalde soorten de grenzen van hun verspreiding opschuiven naar het noorden, als gevolg van opwarming. Zo kwam de rode mul, een zuidelijke soort, in de jaren ’70 en ’80 nagenoeg niet voor aan de Nederlandse kust. Nu is het echter een veelvoorkomende soort, en verwacht wordt dat dit te maken heeft met klimaatverandering. Ook kabeljauw lijkt gevoelig voor dergelijke veranderingen. De stijgende temperatuur heeft de planktonsamenstelling aangepast, wat een verminderde overleving van jonge kabeljauw tot gevolg had. Ook zijn er veranderingen in de leeftijd en grootte van reproducerende kabeljauwen.

Zeezoogdieren en vogels ondervinden met name indirecte gevolgen van klimaatverandering door de aanwezigheid van hun prooien. Veranderingen in de verspreiding en timing van hun prooi heeft weer invloed op de verspreiding van zeezoogdieren en vogels.

20180731_Zonsondergang_Schiermonnikoog_Zita_Veugen_7_

Ook gevolgen voor de mens

Het is duidelijk dat klimaatverandering grote gevolgen zal hebben voor de Noordzee. Het is echter lastig te voorspellen welke soorten toe of juist af zullen nemen, zeker omdat de voedselwebben in de Noordzee erg complex zijn. Door zeespiegelstijging, veranderingen in zeestromen en veranderingen in aanwezigheid van bijvoorbeeld commerciële vissoorten, zal klimaatverandering via de Noordzee ook de mens beïnvloeden. Daarom is het belangrijk de opwarming van de aarde te proberen te beperken, zoals verschillende landen hebben afgesproken tijdens de klimaattop in Parijs.

Jip Vrooman, Projectleider Ruimte voor Natuur

Bronnen: