Kwetsbare vispopulaties vragen om daadkrachtig overheidsoptreden - Stichting De Noordzee

Het ICES-advies voor 2026 laat zorgwekkende ontwikkelingen zien bij meerdere vispopulaties die voor Nederland van groot belang zijn. Cruciale soorten uit de grote zeevisserij, zoals haring en makreel, hebben ingrijpende keuzes nodig. Verspillende visserijen, zoals de gemengde bodemvisserij, moeten dringend werken aan hun selectiviteit. Aan Nederland de taak om tijdens de komende vangstonderhandelingen in te zetten op goed visserijbeheer. Goed beheer werkt, voor de natuur én voor de toekomst van de sector.

Visserij verandert niet alleen hoeveel vis er in de zee zwemt, maar ook hoe gezond populaties zijn opgebouwd. Omdat vooral de grote vissen gevangen worden, blijven steeds vaker de kleinere en jongere dieren over. Daardoor neemt de gemiddelde lichaamsgrootte van vissen af en verdwijnen oude, grote exemplaren die belangrijk zijn voor de voortplanting (OSPAR, 2023). Dit heeft gevolgen voor het hele ecosysteem. Minder grote roofvissen verstoort de balans in de voedselketen, wat kan leiden tot kettingreacties waarbij ook andere soorten onder druk komen te staan. In de Noordzee zien we dat intensieve visserij, ondanks verbeterd beheer, nog steeds leidt tot bijvangst, habitatvernietiging en verarming, veranderingen in de soortensamenstelling en een afname van biodiversiteit. Daardoor zijn visbestanden minder veerkrachtig en minder goed in staat zich aan te passen aan nieuwe uitdagingen zoals klimaatverandering (Staat van de Noordzee, 2023).

Ieder jaar maken de Europese visserijminsters afspraken over hoeveel vis er gevangen mag worden in de Noordzee. Voorafgaand aan die afspraken komt ICES, de International Council for the Exploration of the Sea, met een advies over hoeveel er gevangen mag worden om de doelen van het Gemeenschappelijke Visserijbeleid te halen. Het Europese beleid heeft als doel om de visserijdruk zo te reguleren dat de maximaal duurzame oogst (MSY, ‘Maximum Sustainable Yield’) wordt behaald. Dit is de visserijdruk die leidt tot de hoogst mogelijke oogst van een visbestand op de lange termijn. Op basis van de adviezen wordt per bestand de Total Allowable Catch onderhandeld. En vervolgens wordt vastgesteld hoeveel een lidstaat daarvan mag vangen: de quota. De uitkomsten van de onderhandelingen worden vastgesteld door de Raad. De quota voor de individuele vissers worden vervolgens met een vaste verdeelsleutel afgeleid van de totale vangsthoeveelheden.

Wat moet er gebeuren in de onderhandeling en daarbuiten?

Duurzaam beheer levert voordelen op voor vispopulaties, mariene ecosystemen én voor de visserijen die ervan afhankelijk zijn. Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) blijft een krachtig en toekomstgericht beleidsinstrument — maar alleen als het volledig wordt toegepast. Dat is nu niet het geval.

Ondertussen moet het Europese visserijbeheer – inclusief het vaststellen van visserijkansen – ook worden afgestemd op het realiseren van bredere milieudoelstellingen, zoals de vereisten voor Goede Milieutoestand (GMT) uit de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRMS).

Het is onvoldoende om alleen uit te gaan van de hoogste duurzame vangst, zonder rekening te houden met risico’s en de bredere gezondheid van de Noordzee. Wij dringen er daarom bij de Nederlandse overheid op aan om in 2025 een ambitieuze aanpak te kiezen door voor 2026 in te zetten op:

1) Vis ruim onder – en onder geen enkele omstandigheid boven- het door ICES geadviseerde maximale vangstniveau, wanneer dit gebaseerd is op een single stock beoordeling. Dit is een investering in de veerkracht van vispopulaties én ecosystemen.

2) Pas de voorzorgs- en ecosysteembenadering worden toe en werk toe naar het bereiken van de Goede Milieu Toestand (GMT).

3) Bij het vaststellen van vangstmogelijkheden moet rekening worden gehouden met risico’s en de bredere gezondheid van ecosystemen, niet alleen met de hoogste duurzame opbrengst (MSY).

4) Maak van herstel van overbeviste en uitgeputte bestanden topprioriteit Vispopulaties moeten worden hersteld en behouden boven biomassa niveaus die in staat zijn een duurzame opbrengst te produceren.

5) Stop met verspillende visserij (met name boomkorvisserij) met hoog brandstofverbruik, grote impact op bodems en extreem hoge discards.