Dit is een gezamenlijk persbericht van het ministerie van LNV, Productschap Vis, Wereld Natuur Fonds en Stichting De Noordzee.
Een duurzame en door de samenleving gewaardeerde Noordzeevisserij. Om dit te bereiken hebben het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de kottersector, het Productschap Vis, het Wereld Natuur Fonds en Stichting De Noordzee een convenant ondertekend.
De partijen hebben in dit convenant voor vijf belangrijke thema’s gezamenlijke doelen vastgelegd en daar concrete afspraken over gemaakt. De thema’s zijn certificering van duurzame vis, communicatie, onderwijs en scholing, beschermde gebieden in de Noordzee en bestandsbeheer.
De bedoeling is dat de ondertekenaars ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid samenwerken aan de overgang naar een duurzame en maatschappelijk gewaardeerde Noordzeevisserij. Het gaat om thema’s waar de ondertekenaars duidelijk meerwaarde zien in samenwerking. Het convenant moet niet alleen bijdragen aan duurzame visserij, maar ook aan biodiversiteit.
Het maatschappelijk convenant vloeit voort uit het advies van de Task Force Duurzame Noordzeevisserij ‘Vissen met tegenwind’.
Voorbeelden van afspraken die de partijen hebben gemaakt zijn certificering van vis, informatie voor consumenten over ‘Goede Vis’, visserijonderwijs voor zowel aankomende als huidige vissers, en het brengen van visbestanden binnen veilige biologische grenzen.
Zo zijn er afspraken gemaakt over gezamenlijk optrekken op het terrein van certificering. Dit om het aanbod van duurzame vis te bevorderen. Zogenoemde ‘kopgroepen’ zullen certificeringtrajecten zoals het Marine Stewardship Council gaan volgen. De maatschappelijke organisaties zullen vissers die serieuze stappen zetten op het gebied van certificering een steun in de rug geven, onder meer door hun activiteiten uit te dragen richting de samenleving.
De overgang van de kottersector naar een duurzame visserij kost geld. Naast de eigen verantwoordelijkheid van de sector zelf wordt deze overgang op twee manieren ondersteund. In de eerste plaats zetten de sector en de maatschappelijke organisaties zich gezamenlijk in om voor duurzaam gevangen vis de ‘trekkracht’ vanuit de markt te vergroten. In de tweede plaats spant de overheid zich in om de overgang te ondersteunen met middelen uit het Europese Visserij Fonds.