Nieuwe bewoner, geen bescherming: pijlinktvis in de Noordzee - Stichting De Noordzee

Dat is zorgelijk, omdat inktvis een steeds centralere rol speelt in het Noordzee ecosysteem, terwijl beheer en monitoring duidelijk achterblijven.

Afgelopen zondag was onze projectleider Duurzame Visserij Merel den Held te gast bij radioprogramma Vroege Vogels, waar ze een dringende oproep deden deze soort te beschermen met beter, op de soort aangepast beheer.

Een pijlinktvis is geen vis, maar een koppotig weekdier, verwant aan octopus en zeekat. Pijlinktvissen kunnen via speciale pigmentcellen in hun huid, chromatoforen, razendsnel van kleur veranderen voor camouflage of communicatie. Bij gevaar spuiten ze een wolk inkt uit om roofdieren te verwarren en te ontsnappen. Het zijn dieren met een uitzonderlijk groot en complex zenuwstelsel. Wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat zij leervermogen hebben, probleemoplossend gedrag vertonen en waarschijnlijk pijn en stress bewust ervaren. 

Korte levenscyclus maakt pijlinktvis extra kwetsbaar 

Inktvissen hebben een korte levenscyclus en planten zich maar één keer voort. Vrouwtjes zetten hun eierstrengen af op harde structuren in ondiepere kustwateren, zoals stenen, schelpen en zeewier. Na de voortplanting sterven zowel mannetjes als vrouwtjes. Dat maakt de soort bijzonder kwetsbaar: wie een volwassen inktvis vóór de paai vangt, verwijdert direct toekomstige generaties uit het systeem. 

Tijdens de paaitijd, tussen december en april, vormen inktvissen grote scholen en trekken zij naar specifieke paaigronden, met name in het Kanaal en kustgebieden van de Noordzee. Omdat ze dan in groepen bij elkaar zwemmen, is inktvis juist dan makkelijk te vangen.  

Sleutelrol in het voedselweb 

Inktvis is een snelle en flexibele schakel in het Noordzee voedselweb. Ze zetten extreem snel biomassa om en functioneren ecologisch gezien als een versneller van energiedoorstroming. Tegelijk zijn ze een essentiële prooi voor vissen, zeevogels en zeezoogdieren. 

Door hun snelle groei en korte levenscyclus reageren inktvissen veel sneller op veranderingen in het ecosysteem dan langlevende vissoorten. Juist daarom hebben schommelingen in hun aantallen een groot effect. Klimaatverandering versterkt deze rol: warmere omstandigheden zorgen ervoor dat inktvis noordwaarts onze zee intrekt, terwijl soorten als makreel de zuidelijke Noordzee juist verlaten.  

Toenemende visserij, geen bescherming 

Door de afnemende vangsten van tong en schol groeide inktvis uit tot een succesvol alternatief voor de kottervisserij. Het overgrote deel van de inktvisvangst wordt aan het buitenland verkocht. In 2025 stond inktvis na tong op plek twee van belangrijkste soorten en leverde een omzet van 36,5 miljoen op. 

Ondanks deze ontwikkeling ontbreekt vrijwel iedere vorm van gericht beheer. Binnen het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) bestaan geen specifieke regels voor koppotigen. Er zijn geen quota, geen vangstlimieten en nauwelijks beschermende maatregelen. Technische regels, zoals een minimale maaswijdte, bieden geen bescherming tegen gerichte visserij op paaigroepen.   

Beheer loopt achter op een snel veranderend ecosysteem 

Het beheer wordt extra bemoeilijkt door een gebrek aan kennis. Aanlandingen worden vaak niet op soortniveau geregistreerd, er is geen gerichte monitoring van koppotigen en geen waarnemersprogramma aan boord. Klassieke, terugkijkende bestandsschattingen waarop de vangstadviezen van langer levende soorten op gebaseerd zijn, zijn bovendien slecht geschikt voor kortlevende en klimaatgevoelige soorten als inktvis. Ze zijn te traag voor deze kortlevende soorten om de snelle veranderingen te kunnen volgen en kunnen schijnzekerheid geven, terwijl de populatie al omslaat. Het resultaat: beleid loopt structureel achter op de ecologische realiteit. 

Risico’s voor het ecosysteem 

Inktvispopulaties kennen van nature een zogenaamde ‘boom-and-bust’ dynamiek. De populatie kan pieken in het ene jaar, om het volgende jaar plotseling in te storten. Milieufactoren zoals temperatuur, voedsel en stroming hebben daarop een grote invloed. En anders dan bij vissen, is er geen dempend effect van oudere leeftijdsklassen. Omdat meestal het enige productieve cohort wordt bevist, kan een hoge visserij inspanning in een slecht jaar de populatie hard raken. Natuurlijke schommelingen worden op deze manier niet afgezwakt maar versterkt, waardoor een op het oog gezonde populatie in één seizoen kan instorten. De gevolgen kunnen zich snel door het mariene voedselweb verspreiden. Ontregeling van het Noordzee ecosysteem raakt niet alleen biodiversiteit, maar ook essentiële ecosysteemdiensten zoals klimaatregulatie, kustbescherming en waterzuivering. 

Wat moet er gebeuren? 

De opmars van inktvis in de Noordzee laat zien hoe snel het ecosysteem verandert. Juist daarom is het cruciaal dat beleid, beheer en bescherming gelijke tred houden – voordat het opnieuw te laat is. Stichting De Noordzee pleit ervoor nu in te grijpen, om te voorkomen dat de populatie instort: 

  • Adaptief en in-season beheer, met real time monitoring en assessment en vangstlimieten, zodat binnen het seizoen kan worden bijgestuurd. 
  • Bindende, internationale afspraken, afgestemd op de ecologie van de soort. Voor inktvissen is een fundamenteel andere benadering nodig dan traditionele soorten. 
  • Bescherming van paaigronden, met tijd- en gebiedssluitingen in kwetsbare periodes. 
MEREL_NM_NOORDZEE_878 © Norbert Waalboer Fotografie

Merel den Held

Projectleider Natuur en Duurzame Visserij

Merel den Held is projectleider Natuur & Duurzame Visserij bij Stichting De Noordzee. Met een achtergrond in Kust- en Zeemanagement …
Profile page