Samen met het Productschap Vis is Stichting De Noordzee op werkbezoek geweest op Urk. ’s Ochtends worden we ontvangen bij Baarssen, de grootste fileerder van platvis op Urk. Baarssen levert aan kritische supermarktketens in Europa en realiseert zich dat praten over duurzaamheid niet genoeg is. Zij hebben besloten pro-actief met duurzaamheid van platvis aan de slag te gaan en een contract gesloten met de PD147, die voor MSC-certificering gaat. Interessant om te zien hoe zo’n bedrijf de omslag maakt naar ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’.
We lunchen op de afslag, samen met vissers. We krijgen een rondleiding en gaan langs bij de Coöperatie, die voor de vissers collectief inkoopt (bijv. netten en diesel). De discussies zijn stevig. De onderwerpen die passeren zijn bekend. “Waarom staan schol en tong in het rood op de VISwijzer (goedevis.nl)? We vissen toch binnen de quota?”, “Er zijn al beschermde gebieden op zee, want we vissen niet overal”, en “De stroming verplaatst meer zand dan een boomkortuig”.
Het is goed om direct met vissers te praten over dit soort zaken. Wij moeten dan onderbouwen waarom wij iets vinden. En zij ook. Toch bekruipt me een treurig gevoel… Het is anno 2008 echt dramatisch in de visserij – de boomkorvloot is zo goed als failliet door de hoge dieselprijzen. Ik snap dat de vissers met de rug tegen de muur staan, en dan krijgen ze ook nog eens kritiek dat ze niet duurzaam zijn. Maar nog steeds is de toon defensief. Ik begrijp het wel, maar het komt er toch op aan de de slag naar verduurzaming te maken… De visser heeft baat bij meer tong en schol in zee en vistuig met minder hoge (diesel)kosten.