Het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, laat zien dat naast de al bekende schadelijke milieueffecten, de platvisserij een stuk meer bijdraagt aan klimaatverandering dan andere vissoorten uit zee, of plantaardige alternatieven.
De WUR en RIVM hebben de klimaatimpact en voedingswaarde van in Nederland meest geconsumeerde voedselproducten uit zee vergeleken met eiwitrijke producten van land. Al jaren is er een behoefte aan transparantie over de klimaatimpact va de visserijsector. Na aandringen van milieuorganisatie en de politiek liggen deze cijfers nu gelukkig op tafel.
Grote verschillen
De cijfers laten grote verschillen zien. De pelagische visserij (o.a. haring en makreel) hebben een lage impact op het klimaat, vergelijkbaar met noten en of een vegetarische burger. Tong, garnalen en schol scoren juist opvallend hoog, zelfs een stuk hoger dan rundergehakt of kipfilet. Het onderzoek laat zien dat dit vooral te wijten is aan het enorm hoge brandstofverbruik in de kottervisserij. Uit ander onderzoek van de WUR blijkt dat zware kotters (die vooral op tong vissen) per zeedag 17 ton C02 uitstoten. Dat is net zoveel als 8 à 9 huishoudens per jaar. Naast een hoge klimaatimpact, leidt dit ook tot hoge productprijzen, waardoor tong en schol vooral geëxporteerd worden.
Onhoudbare situatie
Naast een hoge klimaatimpact wisten we al dat de Nederlandse kottervisserij jarenlang heeft bijgedragen aan overbevissing, waardoor de garnalen-, tong, en scholpopulaties uit balans zijn geraakt. In de kottervisserij wordt op grote schaal ondermaatse vis bijgevangen, met name jonge schol. In 2024 is meer dan 2 miljoen kilo ondermaatse schol teruggezet in zee. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat deze vissen door de vangst en verwerking zodanig verwond raken dat de overlevingskans zeer gering is. In de praktijk leidt dit ertoe dat het grootste deel van deze jonge vissen alsnog sterft.
Bovendien is de techniek waarmee deze door elkaar levende soorten worden gevangen schadelijk voor de zeebodem, en daarmee het gehele ecosysteem. Ook wordt jaarlijks zo’n 44.000 kilo vispluis gebruikt, oranje of blauwe plastic draadjes die in bosjes onderaan de bodemsleepnetten bevestigd worden on de netten te beschermen tegen slijtage. Tot wel de helft van de draadjes belanden in zee. Vispluis staat consequent in de top 3 van meest voorkomende afvalitems op de Nederlandse stranden.
Kies voor toekomstbestendige visserij
De staatssecretaris grijpt het nieuwe onderzoek aan om te pleiten voor verdere ondersteuning van verduurzaming van de sector. Hoewel Stichting De Noordzee verduurzaming aanmoedigt, zien wij geen milieuvoordeel in het subsidiëren van de huidige kottervisserij. Het kabinet noemt herhaaldelijk voedselzekerheid en de waarde van vis voor een gezond dieet als redenen voor ondersteuning, maar de kottervisserij draagt nauwelijks bij aan de Nederlandse voedselzekerheid. Het overgrote deel van de vangst wordt immers geëxporteerd.
Zowel de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum raden aan om één keer per week duurzame vis te eten, bij voorkeur juist de pelagische vette vissoorten, die meer gezondheidsvoordelen en een lagere klimaat- en milieu impact hebben dan de vis gevangen in de kottervisserij. Stichting De Noordzee pleit daarom voor gerichte ondersteuning aan bedrijven die wél bijdragen aan verduurzaming, en een toekomstbestendig alternatief zijn.