Al meer dan vijftien jaar wordt makreel structureel overbevist. Sinds 2010 liggen de gezamenlijke vangsten gemiddeld 39 procent boven het wetenschappelijk advies. Dit komt onder andere doordat dat de makreel steeds noordelijker trekt door klimaatverandering, waardoor er meer landen, zoals Noorwegen, Faroër en Rusland, op de Noord-Atlantische populatie zijn gaan vissen, en de druk op de soort nog verder is toegenomen.
Hierdoor is de veerkracht van het bestand ernstig aangetast en neemt de kans op herstel steeds verder af. De Internationale Raad van de Zee (ICES) acht een ingrijpende vangstbeperking daarom noodzakelijk en adviseert een vangstreductie van 70%. Dit komt neer op een maximum vangst van 174.357 ton.
Over de vangstonderhandelingen
Ieder jaar maken de Europese visserijministers afspraken over hoeveel vis er gevangen mag worden in de Noordzee. Voorafgaand aan die afspraken komt ICES, de International Council for the Exploration of the Sea, met een advies over hoeveel er gevangen mag worden om de doelen van het Gemeenschappelijke Visserijbeleid te halen. Op basis van de adviezen wordt per bestand de Total Allowable Catch (TAC) onderhandeld. En vervolgens wordt vastgesteld hoeveel een lidstaat daarvan mag vangen: de quota. Voor de zogenaamde ‘widely distributed stocks’ zoals makreel (die naar Noordelijke wateren trekt) is het de EU niet gelukt tot afspraken te komen over de verdeling met het VK en andere kuststaten.
Uitblijven van internationale afspraken
Ook tijdens de decemberraad is het niet gelukt om tot bindende internationale afspraken te komen. In afwachting daarvan is slechts een tijdelijk vangstquotum vastgesteld, ter hoogte van 90 procent van het door ICES geadviseerde vangstniveau.
Nog geen week later volgde echter zeer verontrustend nieuws. De kuststaten Noorwegen, de Faeröer-eilanden, IJsland en het Verenigd Koninkrijk maakten bekend onderling een eigen vangstafspraak te hebben gesloten. Daarbij baseren zij zich niet op het advies van ICES om 70% minder te vangen, maar op een alternatief vangstscenario uit hetzelfde advies, dat uitgaat van een vangstvermindering van 48%. Dit scenario staat een vangst toe van 299.010 ton makreel, waarbij de kans op herstel van de populatie verder afneemt.
In de door deze Noordoost-Atlantische kuststaten afgesproken verdeling blijft ongeveer 20 procent van de totale vangstmogelijkheden binnen het alternatieve vangstscenario over voor andere betrokken partijen, waaronder de EU, Rusland en Groenland. Waarmee de vangst in 2026 ook het alternatieve vangstscenario fors zou overschrijden.
Sleutelrol in het ecosysteem
Dit heeft verstrekkende gevolgen. Makreel is namelijk een sleutelsoort in het Noordoost-Atlantische ecosysteem. Zeevogels, zeezoogdieren en roofvissen zijn ervan afhankelijk. Een verdere afname raakt het hele voedselweb. Dat ook marktpartijen de ernst onderkennen, blijkt uit het besluit van supermarktketens Albert Heijn, Jumbo, Lidl, Aldi en SuperUnie om makreel uit de schappen te halen. Aldi inmiddels in zeven Europese landen.
Tijd om structureel te kiezen voor herstel
De situatie rond makreel laat zien hoe snel een economisch waardevolle vissoort richting een ecologisch kantelpunt kan bewegen wanneer politieke afspraken structureel tekortschieten. Dat juist nu slechts noodmaatregelen worden genomen, terwijl bindende internationale afspraken uitblijven, onderstreept de ernst van de situatie.
Zonder gezamenlijk optreden van alle betrokken kuststaten dreigt de makreelpopulatie verder weg te zakken, met onomkeerbare gevolgen voor het ecosysteem van de Noordoost-Atlantische Oceaan én voor de toekomst van de visserij. Herstel is nog mogelijk, maar alleen als overheden hun verantwoordelijkheid nemen en het wetenschappelijk advies van ICES leidend maken.
De decemberraad had het moment moeten zijn waarop leiders kozen voor herstel. Die keuze is doorgeschoven. De vraag is nu hoe lang de Noordzee dat nog kan dragen.