Op de dag voor het Tweede Kamerdebat over beschermde gebieden op zee organiseerde Stichting De Noordzee een lunchlezing in Den Haag. Onderwerp: de noodzaak van beschermde gebieden op zee. Politici van verschillende partijen hebben de lezing bijgewoond.

Het Reformatorisch Dagblad publiceerde de dag erop een artikel waarin adjunct-directeur Esther Luiten werd geciteerd. “Als de flyshoot-visserij in het huidige tempo blijft doorgroeien, is er binnen vijf jaar een probleem met de visbestanden. Stichting De Noordzee wil enkele gebieden in de Noordzee direct beschermen. Het gaat om de Doggersbank, Klaverbank en de Bruine Bank, maar ook de Centrale Oestergronden, het Friese Front en de Borkumse Stenen. In deze gebieden zou geen enkele manier van visserij meer mogen plaatsvinden.”. Deze laatste ‘quote’ is onjuist.
Volgens Stichting De Noordzee staan in beschermde gebieden op zee de natuurdoelen voorop. Die bepalen wat wel en niet mag en dus welke vormen van visserij wel en niet zijn toegestaan binnen die gebieden. Van geheel uitsluiten van de visserij hoeft dus geen sprake te zijn.
Buiten de beschermde gebieden moet op een duurzame manier worden gevist. Duurzame visserij betekent dat de visserij rekening houdt met de gevolgen voor het ecosysteem: niet alle vis in zee wordt opgevist; daarnaast is de schade van de vistechniek aan het ecosysteem beperkt; en tenslotte is het ‘visserijbeheer’ goed georganiseerd.