Stichting De Noordzee onderschrijft de noodzaak van de offshore energietransitie. Echter kan een duurzame ontwikkeling van wind op zee alleen plaatsvinden als het Noordzee ecosysteem als basis wordt gehanteerd. De ontwikkeling van energie infrastructuur op zee heeft impact op een ecosysteem dat al zwaar onder druk staat. Het is daarom noodzakelijk, en mogelijk, dat de uitrol van wind op zee hand in hand gaat met natuurdoelen.
Met de huidige aanpak hadden wij grote zorgen over de ecologische haalbaarheid van 50 GW windenergie op zee in 2040. In het WIN lijkt hierover geen enkele afweging geweest. Terwijl studies onder het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) waarschuwen dat cumulatieve effecten op zeevogels, bruinvissen en vleermuizen al tegen de ecologische draagkracht van de Noordzee aan zitten bij de huidige Routekaart 2032 (21 GW). De voorgestelde 30 – 40 GW capaciteit (onder WIN) is helaas niet ecologisch onderbouwd. Volgens het WIN blijven beslissingen gefaseerd, maar ecologie ontbreekt nog steeds als harde randvoorwaarde. En dat terwijl de energietransitie en de natuur elkaar nodig hebben.
In juni presenteerde Stichting De Noordzee samen met partners van OCEaN – Offshore Coalition for Energy and Nature het rapport Avoidance & Minimisation of Environmental Impacts from Offshore Wind & Grid Infrastructure aan demissionair minister Sophie Hermans. Een rapport dat juist benadrukt hoe je aan de hand van concrete maatregelen zorgt dat de energietransitie hand in hand kan gaan met natuurbehoud. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat ecologie vroegtijdig en zwaarwegend wordt meegenomen, iets wat niet is gebeurd in het WIN.
Het WIN acht het streefdoel van 50 GW in 2040 niet realistisch, onder andere ingegeven door een lagere verwachte vraag naar elektriciteit. Wij zijn van mening dat er niet reactief moet worden gehandeld op de vraag, maar het kabinet juist regie moet pakken om de vraag te creëren. Dergelijke regie is noodzakelijk voor Nederland om de klimaatdoelen te behalen.
Het is nu noodzakelijk dat er regie wordt gepakt voor een integrale aanpak van klimaat en natuurdoelen. Zonder integrale aanpak waarin ecologie, groene stroom en groene moleculen (zoals waterstof) als samenhangend systeem worden ontwikkeld én gestimuleerd, schiet de verduurzaming tekort. De overheid moet en kan hierin regie nemen, samen met alle belanghebbenden. Zo ontstaat vertrouwen en begrip én blijft de ecologische ruimte gewaarborgd.