Auteur: Suzanne Ongena, stagiair schone scheepvaartPRF_klein formaat

“Vuile Olie”, het nieuwe rapport van Toine Spapens dat in oktober verscheen en het rapport van de SP dat eerder dit jaar al verscheen onder de naam “Oliezwendel” zetten het probleem van vervuilde stookolie weer op de politieke agenda. Op donderdag 28 november vond in de Tweede kamer een rondetafelgesprek plaats over de misstanden in de stookolie industrie. Stichting De Noordzee was hierbij aanwezig en als stagiair bij SDN op gebied van schone scheepvaart kon ik hier ook bij aanwezig zijn.
Rotterdam is de grootste bunkerhaven van Europa en de derde haven in de wereld. Uit de in oktober verschenen studie van Spapens bleek opnieuw dat de bunkeroliebranche geen zuivere branche is. Al sinds eind jaren ’80 is dit bekend, maar tot nu toe is er dus nog te weinig veranderd. Het probleem zit hem in het mengen van stookoliegrondstoffen met blendproducten, om er een bruikbare stookolie van te maken. Veel blendproducten die gebruikt worden zijn eigenlijk chemisch afval. Het verstoken hiervan zorgt voor extra emissies van fijnstof, wat gevaren oplevert voor de volksgezondheid. Bovendien is het gebruik van vervuilde stookolie zeer ongezond voor bemanningsleden. Daarnaast bestaat het gevaar dat scheepsmotoren erdoor vastlopen.
Nadat tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer de wetenschappers, al dan niet met scheikundige onderbouwingen, het probleem hadden uitgelegd aan de Kamerleden, benadrukten de verschillende handhavingsinstanties hoe moeilijk het is dit probleem aan te pakken. Er zijn geen duidelijke regels omtrent blendproducten en metingen zijn lastig uit te voeren. Bovendien mist de politie deskundigheid op het gebied van chemicaliën. Een duidelijke lijst met stoffen die niet verwerkt zouden mogen worden in stookolie, zou een uitkomst kunnen bieden. Eelco Leemans, directeur van Stichting De Noordzee, had deze lijst klaarliggen. In de derde ronde, waarin belanghebbenden hun visie mochten toelichten, maakte hij duidelijk dat een dergelijke lijst al lang bestaat. Deze was in 2005 opgesteld door de Clean Shipping Coalition en aangeboden aan de IMO (International Maritime Organisation van de VN), maar daar is er (nog) niks mee gedaan.
Terwijl betrokkenen uit de bunkerindustrie het probleem bleven ontkennen of van zich afschoven, kreeg Stichting De Noordzee enigszins bijval van de redersvereniging, vertegenwoordigd door Tineke Netelenbos. Reders zijn natuurlijk gebaat bij goede olie voor hun schepen en willen daarom ook dat er snel aan een oplossing gewerkt gaat worden.
In het slotwoord van de vergadering maakte Eelco Leemans nog even van de gelegenheid gebruik om een probleem aan te kaarten wat eigenlijk op de meeste gevallen van milieucriminaliteit van toepassing is: de relatief lage pakkans en straffen, afgezet tegen de grote winst die er te behalen valt. Met het wegmengen van afvalstoffen in stookolie wordt voor miljoenen winst gemaakt. Daarmee vergeleken zijn de boetes laag, als je al gepakt wordt, en het riskeren meer dan waard. Het is dus niet te verwachten dat de oplossing vanuit de bunkerindustrie zelf zal komen.
Nu is het afwachten wat Den Haag met het probleem gaat doen. We hopen dat er eindelijk aan een serieuze oplossing gewerkt gaat worden, maar ook dat grote vormen van milieucriminaliteit, zoals deze, meer prioriteit gaan krijgen.