Uitkomsten onderhandelingen over visvangsten voor 2017 teleurstellend

14 december 2016

Twee dagen onderhandelden Europese visserijministers in de Decemberraad over hoeveel vis Europese vissers volgend jaar uit zee mogen halen. In de vroege uurtjes van woensdag kwamen ze eruit. De volledige resultaten moeten nog gepubliceerd worden, maar uit eerste communicaties blijkt dat alle Ministers naar huis keren met ‘extraatjes’ voor hun visserijsector. Ook onze eigen Staatssecretaris van Economische Zaken Martijn van Dam, die voor Nederland deze onderhandelingen voerde. 

Europese natuur- en milieuorganisaties zijn teleurgesteld dat voor een goed aantal Europese visbestanden wetenschappelijk advies niet lijkt te zijn opgevolgd. Ministers zijn wettelijk verplicht waar mogelijk wetenschappelijk advies en de duurzaamheidsdoelen van het Europees visserijbeleid te volgen bij het vaststellen van visvangstquota. Toch is de uitkomst nog altijd onderhevig aan een politiek onderhandelingsproces tussen de Lidstaten in de jaarlijkse Decemberraad. Een proces dat achter gesloten deuren tot diep in de nacht door gaat en een grote delegatie sectorvertegenwoordigers aantrekt. Volgens de statistieken van het Britse New Economics Foundation lijken de visserijministers wel beter te zijn geworden in het opvolgen van wetenschappelijk advies. Ook steeds meer vissers zien het nut hiervan in. Desondanks blijft het proces gevoelig voor sectorlobby: nog steeds wordt voor 7 van de 10 visquota het advies niet opgevolgd1.  

Zo heeft Nederland dit jaar op verzoek van de sector ingezet op 10% meer tarbot, een soort waarvoor de meest recente bestandsopname van het onderzoeksinstituut ICES geen rooskleurig beeld schetst. Ondanks het ontbreken van een gedegen wetenschappelijke basis, pleitte van Dam toch voor een ophoging. Het tong quotum voor Noordzee tong wordt in 2017 verhoogd met 22%, terwijl er een verhoging van 15% werd geadviseerd. Met deze extra ophoging wordt ook afgeweken van de afspraken in het Europese beheerplan voor Noordzee tong. Het kabeljauw quotum is met 5% verhoogd terwijl een reductie van 4% werd geadviseerd. Dit zijn enkele lokale voorbeelden; Europa breed is er voor tientallen visbestanden afgeweken van het advies en beleid. In de komende weken krijgen we hier beter zicht op. 

Het nieuwe Gemeenschappelijke Visserijbeleid van 2013 bepaalt dat in uiterlijk 2020 alle commerciële visbestanden in Europa op een duurzaam niveau bevist moet worden. Kortom, dat er in 2020 afgerekend is met overbevissing. Dit heeft zowel voordelen voor natuur als sector: immers meer vis in het water (meer ‘geld’ op ‘de bank’) betekent dat er jaarlijks meer gevangen kan worden (een hogere spaarrekening geeft een hogere rentebetaling). Doorgaan met overbevissing is een kortzichtige politieke keuze die voortkomt uit nachtelijke onderhandelingen en niet uit een beleidsmatig proces waarin wetenschap en het ecosysteem centraal staan. Nederlandse natuur- en milieuorganisaties zijn heel benieuwd hoe Van Dam gaat verantwoorden waarom ook Nederland vandaag naar huis keert met ‘te veel’ vis.  


1. Carpenter, G., R. Kleinjans, S. Villasante, B.C. O’Leary. 2015. Landing the blame: The influence of EU Member States on quota setting. Marine Policy 64 (2016) 9–15