Gisteren zijn in Kopenhagen de vangstadviezen voor 2011 gepresenteerd. Het advies is dit jaar voor het eerst in een nieuwe vorm gegoten.
Tot nu toe werd het ICES advies gebaseerd op het voorzorgbeginsel. Dat betekent dat het advies er op gericht was om genoeg vis in de zee te houden om de voortplanting van de soort niet in gevaar te brengen. Helaas is dat doel niet bereikt voor veel bestanden, vooral doordat de vangstadviezen in veel gevallen simpelweg gevolgd werden. Veel bestanden zijn nog steeds op gevaarlijk lage niveaus.
In lijn met het Verdrag van Johannesburg (2002) hebben de Europese ministers afgesproken om in 2015 maximaal duurzame oogst (MSY) als management doelstelling te hebben. Het advies van ICES is er nu op gericht om die doelstelling van MSY in geleidelijke stappen in 2015 te bereiken.
Het MSY raamwerk heeft het doel om de productiviteit van de bestanden te optimaliseren door de maximaal duurzame vangst op termijn te adviseren. Zo zullen bestanden toenemen, en vis en vissers kunnen daarvan profiteren.
Voor de belangrijke soorten (schol, tong, haring) voor de Nederlandse vissers maakt deze verandering in het advies geen verschil met vorig jaar. Reden: deze soorten hebben een meerjaren-beheerplan. Met een beheerplan staan de regels voor de TAC afspraken vast. Als het het goed gaat, zoals nu met schol en haring, dan mag er het komend jaar maximaal 15% meer gevangen worden.
Schol- en haringstand zijn duidelijk in een stijgende lijn. Waarschijnlijk hebben de meerjaren-beheerplannen daar toe bijgedragen. Heel zorgelijk is dat de kabeljauwstand in de Noordzee onveranderlijk laag blijft, ondanks allerlei herstelmaatregelen. De aanwas is laag, en nog steeds wordt het overgrote deel van de kabeljauw gevangen voordat de legale maat is bereikt. Een oplossing zou het instellen van vangst-quota, in plaats van aanlandingsquota kunnen zijn.