Stichting de Noordzee

Waarom een diverse bodem belangrijk is voor de natuur in de Noordzee

19 november 2019

Het leven in de Noordzee verandert voortdurend. Noordzeedieren zijn continu in beweging. Ze worden beïnvloed door het weer, de seizoenen en het voedselaanbod. Ook menselijk gebruik heeft invloed op het Noordzeeleven: denk aan varen, vissen en baggeren. Door een teveel aan negatieve menselijke invloed staat de Noordzeenatuur onder druk. Voor herstel van de Noordzeenatuur en voor duurzaam gebruik van de zee is het van belang de juiste balans te vinden tussen de natuur en menselijk gebruik.

De komende weken publiceren we vier verhalen en filmpjes over deze balans. Hoe leven en bewegen dieren in een veranderende Noordzee? We beginnen bij het begin: op de Noordzeebodem. 

Harde structuren zijn verdwenen
De Noordzeebodem bestaat voornamelijk uit zand en slib. Maar op een aantal plekken biedt de bodem een natuurlijke harde ondergrond, zoals op de Klaverbank en de Borkumse Stenen. Vroeger waren er veel meer stenen, veenlagen en uitgestrekte oesterriffen in de Nederlandse Noordzee. Deze harde structuren boden een leefomgeving voor soorten die niet in zand of slib leven. 

Figuur 1. Kaart van Olsen uit 1883. Voorkomen en verspreiding van hard substraat met daarin stenen, moorlog (oud veen) en de platte oester. (Bron: Olsen, O.T. 1883. ‘The piscatorial atlas of the North Sea, English and St. Georges Channels, illustrating the fishing ports, boats, gear, species of fish – how, where, and when caught –, and other information concerning fish and fisheries’. Taylor and Francis: London, UK)

Op deze kaart uit 1883 kun je zien dat in ongeveer 30% van de Nederlandse Noordzee uitgestrekte oesterriffen voorkwamen. Waarschijnlijk verdwenen deze oesterriffen door overbevissing, ziektes en veranderende omstandigheden. Ook vond er rond 1888/1890 in de Noordzee een grote verandering in zeestromingen en klimaat plaats, een zogenoemde ‘regime shift’, die mogelijk grote gevolgen had. Met de oesterriffen verdween een bron van hard substraat en zodoende verdwenen alle soorten die daarvan afhankelijk waren. Op de oude kaart zien we naast oesterriffen ook gebieden waar veenlagen en oude bomen aan de oppervlakte van de zeebodem lagen. Ook dit relatief harde substraat is verdwenen.   Bovendien zijn veel stenen in de loop van de vorige eeuw opgevist. Ze waren gevaarlijk voor vissers omdat de sleepnetten erachter bleven haken. 

Met het verdwijnen van harde substraten en structuurvormende soorten zoals oesters verarmde het Noordzeelandschap en dus het bodemleven. Er ging veel rijkdom verloren. De trend zette zich bij een veelal stijgende visserij-intensiteit door: door innovatie van schepen en netten konden steeds meer plekken bevist worden. Een studie naar soorten die kwetsbaar zijn voor overbevissing en/of bodemberoerende activiteiten laat zien dat hun aantallen met meer dan de helft en soms zelfs meer dan 95 procent zijn afgenomen in de periode van 1950 tot 1980 (figuur 2).

Figuur 2. Verandering in voorkomen van soorten in de Noordzee tot 1980. In 1980 komt er van deze soorten nog maximaal 25 procent (zie hondshaai en zwemkrab) voor van de populatie in 1950. Bron: Philippart, C. J. (1998). Long-term impact of bottom fisheries on several by-catch species of demersal fish and benthic invertebrates in the south-eastern North Sea. ICES Journal of Marine Science, 55(3), 342-352.

De afgelopen vijftig jaar zijn de oorzaken van de verarming van het bodemlandschap nog complexer geworden: naast bevissing spelen nu ook vermesting door de landbouw, klimaatverandering en zandwinning en -suppletie een rol. Daardoor zien we de laatste 20 jaar dat het bodemleven in veel Noordzeegebieden steeds verder verarmt.

Ontdekking van levende riffen laten potentie van Noordzee zien
Enkele jaren terug dacht men dat er in de Nederlandse Noordzee alleen nog een paar stenige riffen waren. Oesterriffen en zandkokerwormriffen (dit zijn allebei ‘biogene riffen’ omdat ze opgebouwd zijn uit levende wezens: oesters en de zandkokerworm) achtte men nagenoeg verdwenen. Maar in 2016 werd er een platteoesterrif ontdekt in de Voordelta, en in 2017 werden er zandkokerwormriffen gevonden op de Bruine Bank. Deze relatief beschut gelegen riffen laten zien dat er onder de juiste condities nog steeds levende riffen kunnen groeien in de Nederlandse Noordzee. 

Bodembescherming nodig voor herstel en onderzoek
De toekomst biedt mogelijkheden voor een meer diverse Noordzeebodem. Door grote delen van de bodem met rust te laten, kunnen we ontdekken in hoeverre rijke bodemgemeenschappen zich kunnen herstellen. Hiertoe moeten we grote gebieden sluiten voor activiteiten die de bodem schaden, zoals visserij met sleepnetten of zandwinning. Omdat bekend is dat sommige bodemgemeenschappen een zetje in de rug nodig hebben, kunnen herstelprojecten zulke bescherming aanvullen. Ook kunnen we in deze beschermde ‘referentiegebieden’ onderzoek doen. Er is namelijk nog veel onbekend over de onderwaternatuur. Hoe ontwikkelt de bodem zich zonder bodemvisserij? Onder welke omstandigheden kan een zandkokerwormrif of oesterbank ontstaan? 

Mogelijkheden voor rijke bodemgemeenschappen binnen windparken 
Eén kans doet zich de komende jaren voor dankzij de geplande toename van windparken op zee. Bij de aanleg van windparken wordt er op de bodem hard substraat toegevoegd, in de vorm van palen en stortstenen. Dit biedt een ondergrond voor soorten die zich niet op zand kunnen vestigen en verhoogt zo de lokale biodiversiteit. Daarnaast biedt bodemrust in windparken een kans voor levende riffen, omdat er in de parken niet met bodemnetten gevist mag worden. Maar zelfs op deze locaties hebben levende riffen mogelijk een zetje in de rug nodig om zich weer te vestigen. Daarom wordt er momenteel op verschillende locaties onderzoek gedaan naar de mogelijke terugkeer van levende oesterriffen. Hoe ontwikkelen teruggeplaatste oesters zich? Planten ze zich succesvol voort? Hoe gaan zij om met ziekten? Op welke materialen vestigen ze zich het beste? 

In de toekomst zullen er veel meer windmolenparken bijkomen in de Noordzee. Dat biedt kansen voor een meer divers onderwaterlandschap, maar ook uitdagingen. De parken zijn niet alleen maar goed voor de natuur. Door onderwatergeluid en draaiende wieken vormen ze een risico voor zeezoogdieren en zeevogels. Daarnaast ontstaan met herstelprojecten nieuwe uitdagingen zoals het zoeken van gezonde bronpopulaties zonder ziekten en het meeliften van invasieve soorten. Deze kansen en risico’s moeten met grote zorgvuldigheid worden onderzocht. De opgedane kennis kan toekomstige natuurversterking ondersteunen. Met de juiste kennis moeten we proberen de kansen van de parken voor natuur zoveel mogelijk te benutten, en de risico's te verminderen. 

Een rijke bodem als basis voor een gezond ecosysteem 
Grootschalige en strenge bescherming en herstel is niet alleen nodig voor de bodem, maar voor het gehele ecosysteem. Door de bodem op een slimme manier te beschermen, meer divers te maken en bodemrust te garanderen, kan de bodem weer rijker worden,: met rijke gemeenschappen in het zand, op en rond stenen en rond levende riffen. De bodem biedt vervolgens voedsel en een schuilplek voor vissen en bodemdieren, die op hun beurt weer als voedsel dienen voor zeezoogdieren en vogels. De bodem is daarmee de basis van een gezonde Noordzee.


De Noordzee staat aan de vooravond van ingrijpende veranderingen. Dit is het moment om met de juiste kennis duurzaam gebruik te waarborgen. Alleen dan kan met toename van menselijk gebruik de Noordzeenatuur zich ontwikkelen tot een gezonder ecosysteem. Zo kunnen we samen zorgen voor een gezonde Noordzee.

Foto's: Mick Otten

 

P_Diadumene_cincta_Orange_anemone_Golfbrekeranemoon_ZL171004009v2_2_.jpg