Stichting de Noordzee

Welke meeuw vliegt er langs mijn huis? Leer de kokmeeuw, zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw kennen

20 mei 2020

De meeuw. Wie kent hem niet? Wit en grijs, krijsend in de lucht of op de uitkijk voor een hapje – een trouw gezelschap langs de kust. Maar ‘dé meeuw’ bestaat niet. Er bestaan meer dan honderd soorten meeuwen.

Oorspronkelijk waren dit echte kust- en zeevogels, die vooral vis en ander zeeleven aten. Maar een aantal soorten meeuwen kom je de laatste decennia steeds vaker binnen de bebouwde kom tegen. De kokmeeuw, de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw zal je het vaakst zien. Pas op als je een bakje friet in je handen hebt! Deze vogels zijn echte alleseters geworden.

Het is behoorlijk lastig om alle meeuwensoorten uit elkaar te houden. Zeker omdat ze er in de winter en in de zomer anders uitzien, en omdat ze afhankelijk van hun leeftijd andere kenmerken hebben. Het kan namelijk een paar jaar duren voor een jonge meeuw een volwassen kleed heeft. Maar met de basis uit dit artikel zal je, de volgende keer wanneer je op het strand of in de stad een groep meeuwen tegenkomt, zien hoe interessant en verschillend ze zijn.

© OCEANA | Juan Cuetos

De kokmeeuw is een van de meest voorkomende meeuwen in Nederland. De vogel komt in een groot deel van Europa en ook op veel andere plekken voor, voornamelijk op het noordelijk halfrond. In Tokio is de kokmeeuw zelfs een plaatselijk symbool.

Het meest opvallende kenmerk is uiteraard de bruine kop, maar ook de donkerrode snavel en poten zijn opvallend. In de winter is niet de hele kop bruin. Er blijven dan alleen een soort bruine ‘oortjes’ achter. (Zie foto hieronder.) Als de zomer dichterbij komt, kleurt een steeds groter gedeelte van de kop donker. De punten van de vleugels zijn zwart.

© Zita Veugen

In Nederland leeft ook de zwartkopmeeuw, maar die komt veel minder vaak voor dan de kokmeeuw. Zoals de naam al weggeeft, heeft de zwartkopmeeuw ook een donkere kop, maar de vleugels hebben géén zwarte punten, dus zo kan je ze uit elkaar houden.


© Jip Vrooman

Hoewel de kleine mantelmeeuw vooral langs de kust leeft, kan je de vogel ook in het binnenland tegenkomen. In onderstaand fragment uit de VPRO-serie Nederland van Boven vertelt onderzoeker Kees Camphuysen van het NIOZ (het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) over de bijzondere reis van een kleine mantelmeeuw.

Deze moeder van drie kleine mantelmeeuwtjes vliegt op één dag maar liefst 332 kilometer om eten voor haar jongen te verzamelen. Dat is de afstand van Leiden naar Londen. ’s Ochtends laat ze haar jongen achter op de Razende Bol, een onbewoond eilandje bij Texel, om via Hoorn naar Amsterdam te vliegen. In de hoofdstad eet ze eerst een frietje in de Leidsestraat, om vervolgens in Amsterdam West op verkenningstocht te gaan. Via Zaandam vliegt ze uiteindelijk naar de Noordzee. Ze volgt een tijdje een kotter voor verse vis. Aan het eind van de middag keert ze terug naar haar nest op de Razende Bol - met genoeg eten voor haar drie kuikens.

Je herkent de kleine mantelmeeuw aan de donkergrijze vleugels en gele poten. Het is trouwens geen kleine vogel. De spanwijdte (de afstand tussen de punten van de vleugels als ze die helemaal uitspreidt) is bijna anderhalve meter. En de lengte (van het puntje van de snavel tot het puntje van de staart) is ongeveer een halve meter. Ze lijkt alleen erg op de grote mantelmeeuw (die heeft ook donkergrijze vleugels), maar die wordt met een lengte van 74 centimeter nog een stuk groter - en is dan ook de grootste meeuw van de wereld.


© Jip Vrooman

Het zilver in de naam leidt misschien een beetje af, maar de kleur waardoor je de zilvermeeuw het beste herkent is roze. Hij heeft namelijk roze poten. Ter vergelijking: de kokmeeuw heeft rode poten, de kleine mantelmeeuw gele, de poten van de stormmeeuw zijn geel of groenig (in de winter), en die van de grote mantelmeeuw zijn ook roze, maar die is een stuk groter en diens vleugels zijn veel donkerder.

De meeuwen op deze foto zijn in winterkleed, daarom is hun kop gedeeltelijk grijs. In de zomer is hun kop helemaal wit en hebben ze alleen lichtgrijze vleugels met zwarte uiteinden. Een jonge zilvermeeuw is helemaal grijsbruin en heeft geen witte kop en buik.

Zoals veel meeuwensoorten heeft de zilvermeeuw op deze foto een opvallende rode vlek op de snavel. Wanneer een volwassen meeuw bij zijn jongen terugkomt na het eten zoeken, kloppen ze met hun snaveltjes tegen de rode vlek. Vervolgens braakt de ouder hun gevangen maal uit, zodat de kleintjes kunnen eten.


Fotocredits:
Boven: © Jip Vrooman
Rechts: © OCEANA | Juan Cuetos

euo_oceana_juan_cuetos_20170722_northern_denmark__3044_35959720132_o.jpg